Gratis korte verhalen van Jos Kremers
Regelmatig publiceer ik hier een kort verhaal dat je gratis kunt lezen. Van spannend en mysterieus tot humoristisch of ontroerend. Veel leesplezier!
Bevallen mijn verhalen? Bekijk dan ook mijn thrillers en andere boeken.
Korte verhalen - gratis
Regelmatig een nieuw verhaal!
GRAF
Graf
31 BC
Hij kruipt door de woestijn. Het bloed is inmiddels enigszins opgedroogd, maar de pijn blijft. Hij is zich ervan bewust dat hij het niet zou overleeft.
Alleen in de woestijn, een gebroken scheenbeen, geen water en geen voedsel. Je hoeft niet zo slim te zijn om te beseffen dat het einde dan nabij is. Benjamin is er niet trots op dat ze hem te pakken hebben gekregen, het was te voorkomen als hij wat beter had nagedacht.
Zich niet door zijn inhaligheid had laten leiden.
Maar zijn schat heeft hij nog bij zich, die hebben ze niet kunnen vinden hoewel ze er met hun neus bovenop stonden. Aan een koord om zijn nek en schouders hangt een langwerpig, in wasdoek gewikkeld, pakketje. Ongeveer veertig centimeter lang en met een doorsnede van ruwweg twintig centimeter. Benjamin blijft enkel en alleen doorgaan om een geschikte bergplaats te vinden voor dat pakketje, anders had hij het allang opgegeven. Dit pakketje moet echter veilig worden opgeborgen. Zo veilig dat het in geen eeuwen gevonden kan worden.
In dit gebied, weet hij, zijn veel grotten en spelonken in het zachte gesteente, uitgesleten door de enorme water- en modderstromen uit het verleden die zich een weg baanden naar de Jordaan en, van daaruit, naar de Dode Zee.
De Dode Zee. Geen enkele plaats in de buurt die zoveel vijandigheid in zich herbergt. Aanlokkelijk in de woestijn, al dat water. Menig passant had het water verwelkomd als redding voor de onmetelijke dorst die de woestijn je geeft. Al na de eerste slok is dan duidelijk dat het water niet drinkbaar is.
Het is zout, ontzettend zout. Zouter dan het water uit welke zee of oceaan ook. Het drinken ervan zal de dood heel erg bespoedigen en de pijn onmetelijk doen toenemen. Je zult het gevoel krijgen van binnenuit te worden opgevreten, alsof er een hele horde mieren aan het foerageren is. Meteen nadat Benjamin was overvallen aan de oevers van de Dode Zee en nadat zijn belagers verder waren getrokken heeft hij zich in het water begeven om zijn wonden uit te spoelen. Het zout heeft in zijn wonden gebeten. Het heeft gevoeld alsof hij door een wolf is gebeten, maar de wonden mogen niet gaan ontsteken denkt hij, dus moeten ze worden gewassen. En natuurlijk zijn de wonden daar toch gaan ontsteken en zorgen ze voor nog meer pijn.
Benjamin heeft een stok gevonden die hij kan gebruiken als kruk. Hij kan zich, zei het wat langzaam, in elk geval voortbewegen. Met wat andere takken en wat sisaltouw heeft hij zijn been gespalkt. Hij heeft dat eens een nomade zien doen die zei dat dit de enige manier is om het been te laten genezen. Het brengt wel wat verlichting, maar steeds als hij met zijn been of voet ergens tegenaan stoot trekt er een heel felle pijnscheut door zijn lijf en gilt hij het uit.
Dat is inmiddels een paar dagen geleden. Nu heeft de honger en vooral de dorst, zijn lichaam uitgeput. Hij voelt dat hij niet veel verder meer kan. Even gaan liggen, denkt hij, even uitrusten en bijkomen van de inspannende tocht.
Hij heeft nauwelijks zijn vermoeide hoofd op de rotsen gelegd, zijn ogen naar beneden zodat hij niet door de zon verblind wordt, als er plotseling een zacht gerommel klinkt. Hij schrikt op en luistert aandachtig. Hij kan dit geluid niet thuisbrengen. Het wordt weer stil. Nog geen twintig seconden later begint het weer. Dit keer aanmerkelijk harder. Hij voelt ook een trilling door de grond gaan. Wat gebeurt er in hemelsnaam? Het geluid schijnt van diep onder hem te komen, maar dat kan niet! Hij ligt immers op een harde rotsbodem. Onder hem is enkel harde rots.
Weer stopt het geluid en daarmee stoppen ook de trillingen in de grond. Hij draait zich op zijn rug en is verbaasd te zien dat er zoveel vogels vliegen en dat ze zoveel kabaal maken. Er is trouwens overal geluid. Overal zijn er dieren die, voor zover ze daartoe in staat zijn, tekeergaan. Het ene dier brullend, het andere sissend en weer anderen hinnikend of jankend. De hele natuur schijnt van slag te zijn. Hij ziet rennende kamelen, kronkelende slangen en veel andere dieren alle kanten op gaan, zich niet bekommerend om gevaar of dreiging van andere dieren, maar totaal redeloos door de geluiden die van onder hen kwamen.
Benjamin kan niet meedoen aan die vlucht, hij is te ernstig gewond.
Weer klinkt dat gerommel. Het zwelt aan tot oorverdovend en de aarde beeft, nee, schudt hevig. Het is zó beangstigend dat Benjamin, zonder het te merken, het in zijn gewaad doet. Hij beseft het pas als hij een warme stroom langs zijn benen voelt gaan. De urine komt bij één van de wonden en bijt hem venijnig hard, zo hard dat hij zelfs even het gerommel vergeet. Maar niet voor lang! De aarde begint weer zo hard te beven en te schudden dat Benjamin helemaal vrijkomt van de grond en er, een halve seconde later, weer met een smak op wordt terug geworpen. Hij stoot nu ook hevig zijn hoofd en vouwt snel zijn armen beschermend om zijn hoofd heen. Weer een harde beving en weer wordt Benjamin omhoog gesmeten. Terwijl hij terugvalt, inmiddels zijn armen stevig om zijn hoofd houdend, ziet hij, drie meter voor hem, een enorme scheur in de aarde ontstaan. Achter hem wordt de aarde omhooggestuwd. Hij komt nu op een helling te liggen die er twee minuten geleden nog niet was.
Langzaam schuift Benjamin in de richting van de gescheurde aardkorst. Een kloof wordt langzaam zichtbaar als het stof neerdwarrelt. Een kloof die zich zover uitstrekt als Benjamin kan zien. Een kloof die zo diep is dat je de bodem niet ziet.
Weer schuift Benjamin een stukje op, in de richting van de afgrond, want dat is het. Hij draait zich weer op zijn buik om te proberen weg te kruipen van die diepte. Stukje bij beetje lukt het hem om wat vooruit te komen. Nog een halve lichaamslengte en dan is hij weer op vlak terrein.
Die gedachte heeft nog maar net bij hem postgevat als de aarde weer begint sidderen, beven en schudden. Ditmaal nog heviger dan de vorige keren. Benjamin wordt nu echt de lucht in geslingerd en maakt een complete salto met schroef voordat hij met een klap weer op aarde terugvalt. Het gedeelte dat omhoog werd gestuwd is verder gegroeid en de helling is steiler . Zo steil dat Benjamin vreest er niet meer tegenop te kunnen. Hij glijdt tergend langzaam naar beneden. Benjamin probeert zich aan elk uitsteeksel vast te klampen. Met beide armen en één been drukte hij tegen de aarde zoveel hij kan om de neerwaartse beweging tegen te gaan. Felle pijnscheuten komen door zijn linkerbeen naar boven en hij voelt dat de zelfgemaakte spalk langzaam van zijn been af wordt getrokken.
Het is onhoudbaar. Benjamin moet laten gaan. Het zweet gutst van zijn gezicht, zijn armen en handen zijn inmiddels veranderd in bloederige massa's waaruit geen kracht meer komt. Benjamin sluit zijn ogen en laat los. Hij schuift verder naar beneden, nu sneller dan eerst. Hij voelt hoe zijn voeten zich in het luchtledige bevinden, onvermijdelijk gevolgd door de rest van zijn lichaam. Hij gilt als hij valt, zo hard hij kan. Niemand hoort hem. Met een klap komt hij op de rotsen eronder terecht, zijn hoofd eerst. De doffe dreun maakt duidelijk dat Benjamin het niet heeft gered.
Een regen van rotsblokken, gruis en zand valt voor de holte in de rotswand waarin hij terecht is gekomen en sluit Benjamin van de buitenwereld af. Benjamin is overleden en meteen begraven. Zijn schat is met hem begraven, want die hangt nog steeds om zijn nek.
De aarde wordt weer rustig en houdt het geheim stevig vast. Benjamins wens is uitgekomen, hij heeft de perfecte schuilplaats gevonden.
Noot van de auteur:
Tijdens de research voor mijn boek De Qumran Controverse ontdekte ik waarom de stad destijds waarschijnlijk is verlaten. Een zware aardebeving in het jaar 31 BC lag daar hoogstwaarschijnlijk aan ten grondslag.
Dit heeft me inspiratie gegeven voor dit verhaal.